Cello
De cello is lid van de violenfamilie. De naam is een afkorting van het Italiaanse woord “violoncello”, dat “basje” betekent. Violoncello is het verkleinwoord van “violone”. De violone is de voorloper van onze tegenwoordige contrabas. Omdat de cello zo groot is, houd je hem tussen je knieën als je hem bespeelt. De pin waarmee hij op de grond staat is in hoogte verstelbaar. Het geluid van de cello is veel lager dan dat van de viool. Toch speelt een cellist in een orkest of ensemble lang niet altijd alleen maar de “baspartij”: het instrument is ook heel geschikt voor mooie zangerige melodieën. De cello wordt het meest gebruikt in klassieke muziek, maar je kunt er natuurlijk ook andere muziek op spelen. Wie cello (of viool) wil leren spelen moet een goed gehoor voor toonhoogte en zuiverheid hebben en zijn/haar armen, handen en vingers soepel kunnen bewegen. Doordat er, net als bij viool, allerlei “kindermaten” cello’s zijn, kun je al op heel jonge leeftijd met cellospelen beginnen. Samenspelvormen waarvoor de cello geschikt is zijn: Strijk- en symfonieorkest, strijkkwartet, pianotrio (een ensemble dat bestaat uit viool, piano en cello), volksmuziekensemble en allerlei andere ensembles waarbij een basinstrument nodig is.
In de loop van het jaar worden 1e en 2e jaars leerlingen uitgenodigd om gratis deel te nemen aan 10 theorielessen ABC Muziek.
Kinderen van groep 3, 4 en 5 die een jaarcursus cello volgen kunnen gratis deelnemen aan kinderkoor de Koornuiten op maandag van 16.00 tot 16.45 uur.
Kinderen van groep 6, 7 en 8 die een jaarcursus cello volgen kunnen gratis deelnemen aan kinderkoor de Beeckzangers op maandag van 16.45 tot 17.30 uur.
