Uit dit relatief kleine instrument kunnen oneindig veel klanken en tonen getoverd worden. Voor oneindig veel soorten muziek ook. Klassiek natuurlijk, maar ook in de jazz, blues, cajun, country, folk en niet te vergeten in de joodse klezmer, tango’s, Turkse en zigeunermuziek is de viool onmisbaar.
Het zangerige geluid, geneurie bijna, brengt niet alleen de lucht, maar ook het instrument zelf in trilling. Dat doet de stapel, het stukje vurenhout in de klankkast dat de trillingen van het bovenblad overbrengt naar het onderblad. Romantici noemen de stapel ook wel de ziel van de viool.
De strijkstok van tropisch hardhout en zo’n 150 echte paardenharen gaan wrijvend over de snaren, of stuiterend. In de lessen leer je ook met je vingers te tokkelen. Violisten spelen bijna nooit alleen. In een orkest zijn er soms wel twintig of dertig andere violisten. Of je speelt in een strijkkwartet met twee violen, een altviool en een cello.
Het instrument is er in verschillende maten, daarom is het mogelijk al vanaf 4 jaar viool te leren spelen.