Het is een volwaardig lid van de violenfamilie, maar onmogelijk om deze telg tussen kin en schouder te houden. Jij zit op een kruk en de cello staat op de grond. Beide knieën eromheen geklemd en strijken maar. Naast broeierige bastonen produceer je mooie, zangerige melodieën, vol en warm van klank.

Dit kleine broertje van de contrabas komt voor in strijk- en symfonieorkesten, in strijkkwartetten en pianotrio’s (ensembles bestaande uit cello, piano en viool) en in elk ander ensemble waarin een basinstrument nodig is.

Soepele handen en vingers én een goed gehoor voor toonhoogte en zuiverheid zijn nodig, want net als bij een viool kun je op dit instrument niet zien waar je je vingers moet plaatsen. Dat gaat dus op gehoor. Omdat er allerlei cello’s in kindermaten zijn, kun je al op heel jonge leeftijd met de lessen beginnen.